Augustinus van Hippo (354-430) behoort tot de meest bestudeerde denkers uit de klassieke oudheid. Dit proefschrift brengt Augustinus' visie op leiderschap in kaart.
Aan de hand van vier concrete leiderschapsrollen â€' de praepositus (kloosteroverste), iudex (rechter), medicus (arts) en episcopus (bisschop) â€' reconstrueert dit onderzoek hoe Augustinus zijn visie op leiderschap ontwikkelde in de loop van zijn leven en oeuvre. Niet als abstracte theorie, maar als praxis: zichtbaar in brieven, preken en traktaten, ingebed in de weerbarstige werkelijkheid van bruisende havensteden tot rustige dorpjes in het Noord-Afrika van de late oudheid.
Uit de diachrone analyse komen consistente lijnen naar voren. Leiderschap is bij Augustinus nooit een doel op zich, maar staat in dienst van de gemeenschap. De leider is formeel onderscheiden, maar existentieel gelijkwaardig aan degenen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd: afhankelijk, feilbaar, kwetsbaar. Door de tijd heen krijgt Augustinus meer oog voor introspectie en de noodzaak om in te grijpen â€' altijd vanuit liefde, gericht op het behoud en welzijn van individu én gemeenschap.
Augustinus blijkt een verrassend eigentijdse gesprekspartner â€' voor wie na wil denken over leiderschap in de publieke sector.
Hans Alderliesten (1987) studeerde bestuurskunde en is werkzaam als senior onderzoeker dementie bij kennisinstituut Movisie.